WALTMANS
               EARLY AND CONTEMPORARY MUSIC

 

   home   links  disclaimer

 musicians      composers      interviews      masterclasses      competitions      festivals      MANAGEMENT      cd's    cdarchive    


CD-ARCHIVE

Ustwolskaja
Pianosonate 5
Review nl

Brackx
Piecies-Pieces
Review nl


M. Ciciliani
"Voor het Hooren
Geboren"
Review en-de-nl


P. De La Rue
Missa Quinque
Super Incessament
Review nl


Meylaers'
Toegankelijke
 Eigentijdse Muziek
Review nl





 

 

 
USTWOLSKAJA PIANOSONATE 5

Manon-Liu Winter is een Oostenrijkse pianiste die het werk van 20ste eeuwse en hedendaagse componisten niet schuwt. Dat resulteert in ontmoetingen en samenwerking met bekende componisten, die vaak werk aan haar opdragen. Zij treedt op in een groot aantal Europese landen en veel toonaangevende ensembles voor hedendaagse muziek doen graag een beroep op haar om medewerking te verlenen aan premières en bijzondere concerten. Op haar nieuwste CD speelt zij naast werk van Earle Brown ook composities van de Russische componiste Galina Ustwolskaja, de pianosonates nummer 4 en 5.
Ustwolskaja die een leerling was van Sjostakovitsj komt in de artikels die over haar geschreven zijn, over als een vrouw die haar leven in afzondering doorbrengt. Zij is geboren in St. Peterburg (*1919), leeft daar nog steeds, is persschuw, is niet te porren voor een tv-interview en zij heeft maling aan iedere muzikale conventie. Zij verwacht van eenieder die haar werk beluistert geen muzikale etiketteringdrift, maar wel dient de luisteraar volgens haar alle muzikale kennis overboord te zetten zodat haar muziek vrij ontvangen kan worden. Deze raad van een oude en wijze Russische componiste wordt bij deze ter harte genomen. De partituur wordt voor deze keer aan de kant gelegd.
Er valt een en ander te genieten bij de beluistering van sonate nummer 5 die opgebouwd is uit 10 delen. Dat komt door het excellente pianospel van Winter, maar zeer zeker ook door de kwaliteit van het werk zelf. Ustwolskaja componeert als een soort beeldhouwster die in haar atelier bezig is de Russische ziel en het Russisch landschap in muziek uit te houwen. Daarbij vliegen brokstukken in het rond, maar het tegenovergestelde doet zich ook voor, de kunstenares heeft namelijk aandacht voor het kleinste detail. Het werk is dan ook deels robuust en deels heel lyrisch, krachtige passages en verstilde momenten wisselen elkaar steeds af. Op deze manier bouwt zij een werk op dat van het ene uiterste gaat naar het andere. Daarnaast kiest zij voor doorzichtigheid in de klankkleur door tegelijkertijd het hoogste en het laagste register in de piano te laten klinken. Het is alsof zij hiermee de transparantie en de wijdsheid van het Russisch landschap wil benadrukken. Noten glijden daarbij één voor één aan je oor voorbij. Zij onderstreept het natuurlijke en wijdse element in het Russisch landschap mede door het langdurig laten doorklinken in het pedaal van de boventonen, op te vatten als een soort stilstaande cadens voor natuurlijke klanken. Ze zet het beeld neer van een Russisch landschap dat ongenaakbaar is en waarmee niet valt te spotten. Dat landschap heeft geen behoefte in een gecompliceerde muzikale vorm te worden gegoten. Ustwolskaja voldoet aan die wens en houdt niet voor niets de vorm eenvoudig. En in de ruimte van die eenvoud geeft zij aandacht aan de op het eerste oog verborgen hartslag van het landschap en van de Russische ziel. Die verraadt tedere momenten en wilde hartstochten, en zwelt vanuit verstilde ogenblikken aan tot constante en adembenemende hamerslagen.
Ustwolskaja weet in deze compositie de aandacht van de luisteraar te vangen met haar eenvoud, met haar subtiele gebaar, met haar robuuste uitbarstingen, met haar strenge diepte. Kortom, ze confronteert de luisteraar in alle omvang met haar Russische ziel, recht door zee en zonder franje.
CD: Manon-Liu Winter, piano. Galina Ustwolskaja Sonate 4 (1957), Sonate 5 in 10 Teilen (1986) , Earle Brown Folio (1952-53), Ein_Klang Records 020 © 2006. Info www.manonliuwinter.at; www.einklangrecords.com.


JOACHIM BRACKX PIECEIS-PIECI-PIECES

Joachim Brackx is een talentvol Vlaams componist, die zich tijdens zijn studie heeft gespecialiseerd in de hedendaagse experimentele muziek. Hij maakt daarbij veelvuldig gebruik van live-electronics en computers. Dat resulteert in een regelmatige samenwerking met diverse ensembles voor hedendaagse muziek. Ook ontvangt hij compositieopdrachten van ensembles en organisaties die zich met hedendaagse muziek bezighouden. Daarnaast is Brackx actief op het gebied van de koorzang. Hij verleent zijn medewerking aan ensembles als Capella Currende en Collegium Vocale, en hij heeft het Goeyvaerts Consort opgericht, een ensemble dat zich specialiseert in het hedendaags vocaal repertoire.
Op zijn presentatie-CD staan werken die onderling grote verschillen vertonen qua karakter en esthetische opvattingen. Pieceis bijvoorbeeld is een werk voor strijkkwintet. Pieceis dat in het Lets vijf betekent, bestaat uit vijf delen. Uitgangspunt is een onderzoek naar muzikale vorm en structuur en hoe die ervaren kan worden door de luisteraar. De plaats van een werk in de programmering van een concert kan van belang zijn voor de perceptie bij de luisteraar. Het kan verschil maken welk soort werk aan de compositie vooraf gaat of erop volgt, maar de delen van eenzelfde werk kunnen elkaar ook onderling beïnvloeden. Brackx speelt in Pieceis bewust in op deze gedachte. De vier deelstukken die aan de basis liggen van het werk zijn afzonderlijk van elkaar gecomponeerd, maar niet met de bedoeling om als zelfstandige composities gebruikt te kunnen worden. In het vijfde deel maakt de componist de onderlinge samenhang duidelijk en worden de deelcomposities op een nauwkeurig uitgedachte manier met elkaar vervlochten.
In Quiet Beings voor klarinet en piano gaat Brackx uit van een geheel andere esthetiek. Hij neemt in het werk stelling tegen New Complexity, een muzikale stroming die de muziek moeilijk en onoverzichtelijk maakt waardoor de luisteraar door de bomen het bos niet meer ziet. Ook neemt hij stelling tegen de neoromantische variant van de pomo beweging, waar men banaliteit vermomt als eenvoud. In Quiet Beings schrapt hij dan ook alle overtollig muzikaal materiaal in de hoop tot de essentie van de muziek te komen. Door het spaarzaam gebruik van de klankmiddelen krijgt het stuk een grote transparantie plus de expressie die hem voor ogen staat.
In Dunque addio/Tornate o cari baci voor sopraan, koor en ensemble toont Brackx weer een geheel andere zijde van zijn compositorisch kunnen. In het werk voert Brackx ons terug naar de wereld van de mooie zang zoals die is ontstaan rond het jaar 1600. We snuiven de sfeer op van de vroegbarok en horen wonderschone melodieën die op het woord zijn geschreven. De stemvoering verraadt dat zijn ervaring in de koorwereld hem hierbij goed van pas komt. De zang wordt ondersteund door klavecimbel en blokfluiten, terwijl deze instrumenten ook de instrumentale tussenspelen verzorgen. Tussendoor is aan de moderne samenklanken in de vocale en ook in de instrumentale delen te horen dat Brackx verleden en heden op een persoonlijke wijze met elkaar verbindt. En dat gegeven zorgt voor spanning, geeft de compositie vaart en zorgt bij de toehoorder voor een aangename luisterervaring.
CD: Joachim Brackx, Pieceis-Pieci-Pieces. Pieci Pieces voor strijkkwintet 2003, Ensemble Mosaïk; Dunque addio/Tornate o cari baci voor sopraan, koor & ensemble 2002, Ex Tempore; Floating clouds travel all day long voor strijkkwartet 2004, Spiegel Strijkkwartet; La Princessa està triste... voor sopraan & pianotrio 2001, Baiba Bartkevica & Rachmaninov Trio; Quiet Beings voor klarinet en piano 1998, Tamara Cuypers & Annelies Van Parijs. Niet in de handel verkrijgbaar. Info www.brackx.info.


MARKO CICILIANI "VOOR HET HOOREN GEBOREN"

Uit de vijf werken die door ensemble Intrégrales op de CD zijn ingespeeld, kunnen we opmaken dat Marko Ciciliani’s muziekesthetisch denken gekenmerkt wordt door een spelen met de muzikale vorm en de vrijheid die uitvoerders daarbij krijgen om onder andere de compositie mede te bepalen. Ciciliani werkt dit muzikale procédé in ieder van de vijf composities steeds op een andere wijze uit. Alle muzikale parameters kunnen daarbij aan bod komen en zelfs mogelijkheidsvoorwaarden worden ingebouwd om menselijke fouten in de uitvoering te verwezenlijken. In het derde werk dient bijvoorbeeld de altstem zelf haar tekst te kiezen. Die wordt vervolgens ontleed in lettergrepen, waarna aan elke lettergreep een eigen muzikale lading wordt meegegeven. En in Körperklang en Gartenmusik is de ruimte waarin gespeeld wordt mede een parameter om vorm aan de compositie te geven.
Het gaat hier om een soort voortzetting van een aantal muzikale verworvenheden die ontstaan zijn in de achter ons liggende eeuw, en ze vormen een breuk met het traditionele muziekbegrip. John Cage experimenteerde met het concept om muziek te bevrijden van de componist, want klanken moesten immers hun vrije loop hebben. En Stockhausen en Boulez speelden met de grote vorm, waarbij elementen van bepaaldheid en onbepaaldheid met elkaar wedijverden.
Maar er valt natuurlijk meer op te merken over Ciciliani’s muziek. In Voor het hooren geboren openbaart zich een wonderlijke caleidoscopische wereld van muzikale genres, een soort terugvallen op componisten, collageachtige en interculturele aspecten. Het werk begint met een aan minimal music herinnerende passage, wellicht bedoeld als een soort eerbetoon aan Louis Andriessen. Daarna volgen achter elkaar geplaatste fragmenten waarin op gegeven moment een op Luciano Berio’s Sequenza III voor zangstem gelijkend fragment doorklinkt. Tegelijkertijd is er de verwevenheid met oosters aandoende klanken die de indruk wekken van een soort interculturele verbondenheid. Dit aspect wordt in de uitwerking van de compositie versterkt door in gevarieerde vorm voortdurend gebruik te maken van een pentatonisch gegeven, een vijftonige toonladder. Ze vormt een sterk bindend element tussen de achter elkaar geplaatste fragmenten, en is het resultaat van een bewust doordachte opbouw. In Voor het hooren geboren wordt dit stramien gekoppeld aan een transparante klankkleur die het werk een bepaalde lichtvoetigheid geeft. Elektronisch opgewekte klanken gaan er samen met akoestische. Ze worden op dusdanige manier met elkaar gecombineerd dat een harmonische samenvloeiing ontstaat. Harde en abrupte overgangen zijn in het werk niet aan te treffen. De expressiviteit in Voor het hooren geboren kenmerkt zich vooral door een groot gevoel voor subtiliteit en poëtisch denken.
Dit gegeven komt ook terug in het tweede werk Körperklang, waarin het aspect van minimal music op grote schaal wordt uitgebuit in combinatie met live-electronics. Ook hier is weer sprake van een achter elkaar plaatsen van fragmenten die gekenmerkt worden door een subtiele gevoeligheid voor de klankkleur.
Ciciliani presenteert zich in de opgenomen werken als een componist die gebruik maakt van muzikale verworvenheden uit het verleden, en deze met eigentijdse middelen vertaalt naar het heden toe. Hij zet op individualistische manier als het ware de muziektraditie van de 20ste eeuw voort en effent daarmee het muzikale pad naar de toekomst. Daarin is weer plaats en aandacht voor muzikale elementen zoals subtiele klankkleuren en gevoelsmatige poëzie. Deze parameters mogen de plaats weer innemen, die ze vroeger in de muziektraditie hadden.
CD. Marko Ciciliani: Voor Het Hooren Geboren, uitgevoerd door Ensemble Intégrales, Coviello Contemporary Classics 2006. COV 60601.


MARKO CICILIANI "VOOR HET HOOREN GEBOREN"

The five works that have been recorded by ensemble Intégrales give a good insight into Marko Ciciliani’s music aesthetic thinking. It is characterized by the playful exploration of musical form by giving flexibilities to the performers on how to arrange it, thereby letting them take decisions about the composition itself.
In each of the five works this approach is realised in a different way. All musical parameters can be subjected to such variations and there are even rules included in order to provoke human errors in the performance.
In the third piece for example, the viola soloist is asked to choose a text which in the next step is disassembled into its single letters. Eventually a different musical content is assigned to each letter. And in KörperKlang en Gartenmusik the space in which the work is performed becomes a separate musical parameter which gives the piece its shape.
What we find here is a continuation of a number of musical achievements from the last century that caused a disruption with the traditional idea of what music is. John Cage experimented with the concept of freeing music from the composer in order to liberate the sounds from all constrains. And Boulez and Stockhausen utilised large forms where determinism and chance played competitive roles.
But there is of course more to say about Marko Ciciliani’s music.
In Voor het hooren geboren a startling caleidoscopic world is revealed with different musical genres, allusions to composers, collage-like and intercultural aspects. The work starts with a passage reminiscent of minimal music, a possibly a tribute to Louis Andriessen. This is followed by fragments where at one moment a passage reminds of Luciano Berio’s Sequenca III for solo voice. At the same time it is interwoven with east-asian timbres that give the impression of intercultural connections. This aspect is amplified by the design of the form that uses the pentatonic scale in varying ways. It constitutes the connecting element between the different fragments en gives evidence of the thoroughly though-through form. In Voor het hooren this scheme is paired with a transparent sound that gives a certain lightness to the work. Electronic sounds are combined with acoustic instruments. They are used in such a way that they harmonically melt together. There are no sharp ruptures or sudden transitions in the piece. The expressivity of Voor het hooren geboren is characterized by a strong sense for subtleties and poetic thinking.
This can also be found in the second piece on the CD, KörperKlang. Likewise the aspect of minimal music is used in a large scale here in combination with live-electronics. Again there is a series of fragments that are characterized by a subtle feeling for timbres.
On this CD Ciciliani presents himself as a composer who uses musical achievements from the past and translates them into the present with contemporary means. In an individualistic fashion he continues the musical tradition of the 20th century and thereby opens the way to the future. There’s again room and appreciation for subtle timbres and sensual poetry. These parameters can again reclaim the position they used to have in older musical traditions.
CD review: Marko Ciciliani “Voor het hooren geboren”, performed by ensemble Intégrales, Coviello Contemporary Classics 2006. COV 60601.


MARKO CICILIANI "VOOR HET HOOREN GEBOREN"

Aus den fünf Werken, die von ensemble Intégrales auf CD eingespielt wurden, können wir schliessen, dass Marko Cicilianis musikästhetisches Denken durch das Spielen mit musikalischen Formen und der Freiheit, der Interpreten gekennzeichnet wird, die sie bekommen, um unter anderem die Komposition mit zu beeinflussen.
Ciciliani arbeitet dieses musikalische Prozedere in jeder der fünf Kompositionen auf eine andere Art und Weise aus. Alle musikalischen Parameter können dabei an die Reihe kommen, und es werden sogar Bedingungen als eine Möglichkeit eingebaut, um menschliche Fehler in der Ausführung zu verwirklichen.
Im dritten Werk beispielsweise muss die Bratschistin ihren Ausgangstext selbst wählen. Der wird anschliessend aufgegliedert in Buchstabengruppen, wonach jeder dieser Buchstabengruppen eine ihr eigene musikalische Ladung mitgegeben wird. Und in Körperklang und Gartenmusik wird der Raum selbst, in dem das Stück aufgeführt wird, zu einem Parameter, der dem Stück seine Form gibt.
Es geht hierbei um eine Art Fortsetzung einer Anzahl musikalischer Errungenschaften aus dem hinter uns liegenden Jahrhundert, sie formen einen Bruch mit dem traditionellen Musikbegriff. John Cage experimentierte mit dem Konzept, Musik vom Komponisten zu befreien,denn Klänge mussten doch ihren freien Lauf haben. Und Stockhausen und Boulez spielten mit der grossen Form, wobei Elemente von Bestimmtheit und von Unbestimmtheit miteinander wetteiferten.
Aber es lässt sich natürlich zu Cicilianis Musik noch mehr anmerken. In Voor het hooren geboren offenbart sich eine wunderliche kaleidoskopische Welt musikalischer Genres, eine Art Rückgriff auf Komponisten, auf collageartige und interkulturelle Aspekte. Das Werk beginnt mit einer an Minimal Music erinnernde Passage, möglicherweise als eine Referenz an Louis Andriessen. Darauf folgen hintereinander Abschnitte, unter denen zu einem bestimmten Moment ein Fragment durchklingt, das Luciano Berios Sequenza III für Gesangsstimme gleicht. Zugleich besteht eine Verwobenheit mit fernöstlich anmutenden Klängen, die den Eindruck einer interkulturellen Verbundenheit erweckt.
Dieser Aspekt wird in der Ausarbeitung der Komposition dadurch verstärkt, dass in ständigen Variationen pentatonische Elemente benutzt werden, eine Tonleiter, die aus fünf Tönen besteht. Sie formt ein stark bindendes Element zwischen den aufeinanderfolgenden Fragmenten und ist das Resultat eines bewusst durchdachten Aufbaus. In Voor het hooren geboren wird dieses Schema gekoppelt an eine transparante Klangwelt, die dem Werk eine bestimmte Leichtfüssigkeit gibt. Elektronische beschwingte Klänge verschmelzen mit den akkustischen. Sie werden so miteinander kombiniert, dass ein harmonischer Zusammenfluss entsteht. Harte und abrupte Übergänge findet man in diesem Stück nicht. Die Expressivität von Voor het hooren geboren ist vor allem charakterisiert durch ein grosses Gefühl für Subtilität und poetisches Denken.
Das kommt auch wieder zurück im zweiten Werk Körperklang, worin der Aspekt der Minimal Music in grossem Stil in Kombination mit Live-Elektronik ausgebaut wird. Auch hier werden wieder Fragmente hintereinander gestellt, denen ein charakteristisches subtiles Gefühl für die Klangfarbe zueigen ist.
Ciciliani präsentiert sich in den aufgenommen Werken als ein Komponist, der die Errungenschaften der Vergangenheit mit zeitgenössischen Mitteln in die Gegenwart übersetzt. Auf individuelle Art folgt er der Musiktradition des 20.Jahrhunderts und bereitet gleichzeitig den Boden für die Zukunft. In seiner Musik liegt wieder Raum und Aufmerksamkeit für Musikalisches wie subtile Klangfarben und gefühlvolle Poesie. Diese Parameter dürfen wieder den Platz einnehmen, den sie früher in der Musiktradition hatten.
CD. Marko Ciciliani: Voor Het Hooren Geboren, aufgenommen von ensemble Intégrales, Coviello Classics 2006. COV 60601.


PIERRE DE LA RUE - MISSA QUINQUE VOCUM SUPER INCESSAMENT

Pierre De La Rue (1460-1518) is naast Josquin des Prez een van de bekendste componisten van zijn tijd. Hij leeft in een eeuw dat de muzikale faam van de Vlaamse polyfonisten zich uitbreidt over heel Europa. Het verzwakte Frankrijk doet tengevolge van de Honderdjarige Oorlog met Engeland politiek een stap terug ten faveure van het Bourgondische hof, en een uitgekiende huwelijkspolitiek van het Huis der Habsburgers waar de Bourgondiërs zich mee verbinden, heeft tot gevolg dat Vlaamse componisten zich verspreiden over de Europese hoven. De Vlaamse polyfonie bloeit als nooit tevoren, ook met steun van de muziekdruk in het begin van de zestiende eeuw en groeit uit tot een synthesekunst waarin muzikale elementen uit alle landen met elkaar zijn verenigd.
De La Rue werkt aan het Bourgondische hof en later bij Margaretha van Oostenrijk. Margaretha kent in haar privé-leven emotioneel weinig gelukkige momenten. In eerste instantie wordt zij op driejarige leeftijd voorbestemd om koningin van Frankrijk te worden, maar die verbintenis wordt door haar vader tijdig weer teniet gedaan. Daarna overlijdt de Spaanse troonopvolger die haar tweede echtgenoot is en haar derde echtgenoot overlijdt na enkele huwelijksjaren. Tussendoor baart zij een doodgeboren kind. Daarna is het voor haar genoeg geweest en wimpelt zij een nieuw huwelijksaanzoek om te trouwen met Hendrik VII van Engeland af. De La Rue is haar lievelingscomponist en hij schrijft voor haar merendeels droevige chansons die goed aansluiten bij de emotionele gesteldheid van Margaretha. 
De ordinariummis (Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus, Benedictus en Agnus Dei) is een van de bekendste muziekgenres. De meerstemmige mis die tot nu toe gebaseerd is op een strenge gregoriaanse cantus firmus maakt plaats voor de parafrase- en de parodiemis. In de parafrasemis fungeert de cantus firmus meer als melodisch materiaal dat in constant gevarieerde vorm alle partijen doordringt en in de parodiemis is het meer een model van een bestaande of nieuwe compositie dat als "thema" voor de mis gebruikt wordt. De compositie wordt simultaan opgebouwd. Dat houdt in dat alle stemmen gelijktijdig worden gecomponeerd met veelvuldig gebruik van imitatie in de stemmen en dat iedere stem gelijkwaardig is aan de ander. Het gevolg is het ontstaan van een fijnmazig polyfoon weefsel.
Een van de droevige chansons, het vijfstemmige Incessament mon povre cueur lamente die De La Rue voor Margaretha componeerde, heeft De La Rue genomen om als model te dienen voor zijn gelijknamige vijfstemmige Missa Incessament. De contrapuntische constructie uit het vijfstemmige chanson plant hij over op de mis, met aandacht voor het donkere karakter in de lage stemmen, die vaak in streng canon gecomponeerd zijn. In het construeren van deze ingewikkelde contrapuntische structuren toont De La Rue zich een ware meester. Kenmerkend daarbij is dat zijn muziek nooit gekunsteld aandoet en het expressieve element in de werken geen geweld wordt aangedaan.  
De La Rue is nu niet meer zo bekend als destijds. Veel van zijn werken zijn nog niet op CD gezet. Ensemble Amarcord heeft het initiatief genomen Missa Incessament op de CD vast te leggen inclusief het onderliggende model voor de mis. Een wereldpremière.
CD: Pierre de la Rue: Missa Incessament, Chanson Incessament mon povre cueur lamente; Motette Sic Deus dilexit, plus Gregoriaans uit het Moosburger Graduaal. Ensemble Amarcord. Raumklang, Edition Apollon (RK ap 10105), 2005. Ensemble Amarcord: www.amarcord.de.


MEYLAERS' TOEGANKELIJKE EIGENTIJDSE MUZIEK

Essentieel uitgangspunt in Meylaers' composities is het creëren van een toegankelijke muziektaal. Het lyrisch aspect in zijn werken wordt gekoppeld aan de essentie van de emotie met als bindend element de ratio. Deze dient om beide elementen in evenwicht te houden. Zo omschrijft Meylaers zelf de kern van zijn compositorisch oeuvre.
Meylaers wil niet behoren tot een bepaalde stroming in de muziek en moet ook niets hebben van de complexe ontwikkelingen zoals die zich voordeden in de muziek sinds de jaren vijftig. Die hebben alleen maar geleid tot auditief niet waarneembare muzikale processen. Toch heeft hij wel zijn favoriete lijstje met hedendaagse componisten waaronder Mikhail Bronner, John Corigliano, Einojuhani Rautavaara, Peter Sculpthorpe, Arvo Pärt en Henry Gorécki. Ieder van hen werkt vanuit zijn specifieke culturele context en probeert daarbinnen op een originele manier een muziektaal te creëren, waarin emotionaliteit en ratio met elkaar worden verbonden.
Vertrekpunt in de composities vormt steeds een kernidee. Vanuit dat kernidee ontwikkelt zich een celmatige opbouw, die als het ware in een doorgecomponeerde stijl wordt verder ontwikkeld. In de loop van de compositie worden steeds nieuwe muzikale elementen toegevoegd. Het eindresultaat vormt een organisch geheel, dat te vatten is onder één grote overkoepelende muzikale boog. 
Het compositieproces speelt zich af tussen de natuurlijke parameters van spanning en ontspanning. Aan deze uit het leven gegrepen parameters dankt de muziek haar bestaansrecht. In dit spanningsveld, dat te vergelijken is met het tonica-dominantprincipe zoekt Meylaers op een zeer persoonlijke manier naar een toegankelijke en op gevoel gebaseerde muziektaal. Meylaers' composities kenmerken zich door een zekere spontaniteit, die niet verward moet worden met het begrip impulsiviteit. Iedere noot dient immers gelezen te worden in functie van de hele compositie.
De werken op zijn nieuwste CD vormen ook nu weer een beredeneerde weerspiegeling van zijn eigen levensverhaal, dat als een rode draad door zijn composities loopt. Dagelijkse gebeurtenissen, emotionele ervaringen en het innemen van een politiek standpunt spelen hierbij een rol. De titels van de werken spreken voor zich: Love Song (2003), New Orleans (2005) en Dream (2005). In Mango (2004) schildert hij het ritueel van het verorberen van de vrucht tijdens het ontbijt op de zondagochtend met zijn gezin. En het werk Lost City voor sopraansax en piano (2003) is geïnspireerd op een Zuid-Afrikaanse legende, waarin wordt verhaald van een oude beschaving, die verwoest werd door een aardbeving. Meylaers’ spontaniteit en beredeneerdheid komen in dit werk tot uiting in de creatie van het beginmotief, dat zich kenmerkt door een hoketusachtige constructie. Door op deze manier te verwijzen naar de aardbeving verbindt Meylaers een oude muzikale techniek met een gebeurtenis uit een ver verleden. Opgedane indrukken uit het dagelijks leven vormen voor Meylaers de basis voor het creëren van het beginmotief en het verdere verloop van een bepaalde compositie. Zij vertellen de componist steeds in welke vorm de compositie moet worden gegoten.
CD: Stefan Meylaers, Portrait of a Composer II. Een selectie van gecomponeerde werken in de periode van 2001-2005. Reeks "In Flanders Fields", Phaedra 2006.
 

 


 


    
             FRANS WALTMANS
 
        artistic programme director
              master musicology

     
         INTERNATIONAL MUSIC
                   SERVICES

 

            advice and support to
            Soloists  Ensembles
          Organizations  Festivals

 
         your business contact for
               WEST EUROPE

 
 
                       a good option!
 
 
   

 
            Oliemolenstraat 23
             6411 GJ
Heerlen
              The Netherlands
         
                  Chat on Skype: fwaltm 
 
                info@franswaltmans.nl